Beweging is een natuurkracht die leven voortstuwt. Een eeuwigdurende cyclus zoals we die kennen van seizoenen en evolutie. Daaraan gehoor gevend dragen wij willens en wetens bij.  Door voortschrijdend inzicht dragen we mede verantwoordelijkheid. Laten groeien en bloeien vraagt neigingen, ontwikkelingen en gewoonten regelmatig te controleren. Evenals planten en bomen dienen ook zij, zo nodig, te worden gesnoeid .

Dit duo is sterk met elkaar verbonden. Hierdoor leer je bij de ene leerkracht/docent veel meer  dan bij de ander. Ook al gebruiken beide dezelfde methode. De een laat je ontdekken welk belang van een bepaalde leerstof er voor jou hier en nu is. Z/hij inspireert je en kan goed uitleggen. Z/hij helpt je zodat je het zelf kunt. Dat geeft meer voldoening dan iets kunnen omdat iemand het heeft voorgedaan/gezegd en jij het imiteerde. De andere hanteert het rode potlood en laat je vooral beseffen wat je nog niet kunt en dat je nog veel moet leren. Als je geraakt wordt door wat je hoort – ziet – probeert – ontdekt, ben je er van binnenuit bij betrokken, overbrug je het onbekende. Je overstijgt territoria van  vakken, disciplines, (sub)culturen. Inclusief leren komt in zicht : Je bent verantwoordelijk voor wat je tam maakt. Le petit Prince van Saint Antoine Exupery.

Een Inclusief leerproces*

Een leerproces vraagt een juiste verhouding tussen interesses, timing van leerstof – leerfases en begeleidingskwaliteiten. Een spel is mooi, een vormingsproces vraagt meer. Uitzonderingen zoals echte ontdekkingen – flow moment – Aha ervaring, daargelaten. Voorbij het of-of ontstaat er een rijk en – en. Alles speelt mee: vak en vorming, product en proces, spelen – leren – doen,  privé en maatschappij, heden en toekomst. Jongeren floreren en genieten.
* Inclusief leren in het verlengde van Inclusief denken (F. Boerwinkel  (1966 Uniboek BV Bussum)

Verkennen  is vaak gebaseerd op herkenning van iets gelijksoortigs of een projectie van bekend op onbekend. Voordat je komt tot Verbinden met iets nieuws , is er een vermoeden nodig dat het je iets te bieden heeft. Dan wil jij je oriënteren (Verbreden) en onderzoeken hoe een en ander in je eigen wereld van pas komt (Verwerken). Heb je het nieuwe je eigen gemaakt, dan wil je dit nieuwe meedelen (Vertonen).
Beseffen in welke fase iemand iets zegt of doet, is verhelderend evenals het besef dat wat je als uitkomst vertoont, waarschijnlijk een opstap is naar een vervolg. Alles groeit en bloeit eeuwig: klaar wordt nooit bereikt.

  • Nieuwsgierig wil je iets ontdekken (Verkennen):
  • Vol vuur, boosheid, nieuwsgierigheid ergens over/naar ga je eraan staan (Verbinden)
  • Op zoek naar informatiebronnen, je wil … weten en/of kunnen (Verbreden)
  • Experimenterend met vallen en opstaan (Verwerken): hoe verbind je bekend en nieuw?
  • Je trekt volle aandacht (Vertonen) en biedt  anderen aanleiding iets te onderzoeken.

De V’s nader uitgewerkt

Verkennen van een thema
Je associeert en stelt vragen. Wat weten we, wat hebben we  ervaren ? De oogst kleurt de opstart. Associërend en experimenterend  op zoek naar klok en klepel. Wat weet ieder al van het onderwerp?

Verbinden vanuit een invalshoek
Voorstellingsvermogen, associaties roepen evenals ervaringen en herinneringen betrokkenheid en inventiviteit op. Dorothy Heathcote hanteerde de verwantschap sleutel hiervoor: Wat hebben spelers gemeenschappelijk met de rol die ze gaan spelen? Dwerg/kind, zwerver/spijbelaar. Zodat spelers uit  ervaringen putten om hun rol te spelen. Hierdoor kunnen ze reacties bieden op dilemma’s.

Verbreden van de context
Door confrontatie met de werkelijkheid (historisch of hedendaags) wordt het onderzoek realistisch. De eigen associaties, idealen en interpretaties worden eraan getoetst.

Verwerken van de gegevens
Vanuit ervaringen en aangegane confrontatie komen tot antwoorden. Evenals tot knopen doorhakken, een interpretatie kiezen en vormgeven aan bevindingen.

Vertonen van het product
Presenteren is reflectie ook zonder een ‘af’ product. Reflectie ontmantelt de waan van de dag van willens en wetens geloven, waarderen of afwijzen. Welke ontdekkingen, inzichten en meningen willen ze meedelen? Laat je hen het subjectieve en tijdelijke ervan beseffen?

Deze vijf fases samen maken een ontwikkelingsweg mogelijk.
Vanuit imiteren kom je tot een eigen creatie. Je beseft wat je wilt, waarvoor je wilt trainen.  Dankzij veroverde informatie, technieken, stijlen en vormen, realiseer je jouw concept. Terugkijkend ontstaat voortschrijdend inzicht. Je kan ook anders starten. Vanuit  onvoldoende technisch kunnen, train je. Wat je ermee gaat doen, volgt later wel, trainend kom je op ideeën. Of je start vanuit je conceptplan en analyseert wat ervoor nodig is.

LuPes begeleidingskwaliteiten

Een Ludisch Pedagogisch begeleider beoogt jongeren te begeleiden op bewustwordingsprocessen ten aanzien van stemmingen, gedrag, strevingen, gewoontepatronen. Z/hij inspireert, instrueert om ieder speelkansen te bieden en speelt mee. Zo de groep ook wil presenteren regisseert z/hij het ontstane resultaat.. Tenslotte geeft z/hij eerlijke feedback als recensent.

  • De Inspiratorroept verbeelding op en voedt het verbeelden.  Loopt de groep warm voor je aanbod?
  • De Instructeur geeft beeldende instructies en heldere instrumenten. Weet de groep helder waar ze aan toe zijn met een opdracht?
  • De Medespelerversterkt het samenspel, de ernst van spel qua intensiteit. Hoe versterk je hun onderzoek zonder hen te onderbreken?
  • De Regisseurverbetert de vorm en stroomlijnt een presentatie tot een helder geheel. Hoe versterk je  hun vormgeving vanuit overzicht en inzicht?
  • De Recensent geeft inzicht,  bevraagt spelers op wat ze waartoe gedaan hebben. Welke feedback in zinvol voor hun leerproces?

Deze vijf samen maken een ontwikkelingsweg mogelijk.
Enig zelfbesef vraagt om reflectie. De  recensent stelt hiertoe vragen: wat zegt het van jou, wat voel je erbij, wat wil je ermee doen?  Je stemt af op persoonlijke omstandigheden, voorkeuren, ervaringen, gestelde doelen. Gelijktijdig met expliciete begeleiding is er indirecte beïnvloeding van normen en waarden, gewoontepatronen, verwachtingen, rust, tempo, (ont)spanning, stemming. Vanuit dit totaal ontdekken jongeren wat ze willen, kunnen en willen kunnen. Het reflectieve laat motivatie voor training, discipline, doorzettingsvermogen, voor vallen en opstaan ontwaken.

De vijf begeleidingskwaliteiten worden hier vanwege de uitgebreidheid niet beschreven, zie daarvoor Magic Teacher
Op de site Spelen vanuit verbeelding, vind je starterskwaliteiten voor leerkrachten. Op de site Spelen is de Kunst de gevorderde kwaliteiten.

Samenhang tussen groeien en bloeien

Dit is nodig zodat de begeleider zich bewust is van het totale proces. Welke leerfase  is nu aan de orde? Hoe kan z/hij de spelers daarin begeleiden? Stel jezelf vragen alsWat houdt de jongeren bezig? Waaruit valt hun plezier af te leiden? Welk materiaal of soort opdracht stimuleert hen vooral? In welke situaties zie je gêne voor spelen – presenteren ontstaan? Welke ideeën werken? Wat willen ze  hoe onderzoeken? Spelen ze vol overtuiging? Hoe lang is er aandacht voor presentaties van groepsgenoten?

Ubbergen, update lente 2024