Leonardo da Vinci (Italiaans kunstenaar/wetenschapper 1452-1519) tekende de mens volgens Griekse ideale schoonheidsverhoudingen. De oosterse danseres harmonieert wiskundige figuren stromend in haar bewegingen, ze bekommert zich niet over rechtlijnige kaders, ze speelt ermee. De dans uit zich driedimensionaal zoals de danseres in de bamboo structure van Marie Blaisse. Het anti lichamelijke van de westerse cultuur doet de mens geen goed. Het zinnige der zintuigen is meer dan het verkennen van de wereld, dat leidt tot “weten’’ (ratio). Zintuigen verleiden je en laten je genieten. Het zinnelijke (passie) brengt je meer in beweging, dan het debatteren. Dansend bekommer jij je niet om voorgeschreven passen, je innerlijk leidt je. Spelend beleef en besef je het bewogen bewegen. LuPe vraagt de houterige hark ofwel de door logica gedomineerde mens zich te bevrijden en te verrijken, door  teugels van zintuigen te vieren. Spelend erken je daarmee dat het leven het redeneren te boven gaat.

 GROEI

Groei boven jezelf uit.
Groei als een bezetene.
Ontkiem, rijp aan, tast door.
Groei er aan alle kanten
ongelooflijk op los

            Arthur Lava uit de bundel Een feest van jewelste (uitgeverij Voetnoot, 2014)

Een volwaardig mens inclusief de niet te temmen geest, het voorstellingsvermogen, initiatieven en spelvermogen dat begaanbare paden te buiten gaat. Spel gaat aan het rationele voor, plaatst vraagtekens. Er zijn krachten en machten (religie, politiek, economie, scholing – en opvoedingsnormen) die de mens in de greep houden. Niet als het gaat om technische – en commerciële voortuitgang wel als het gaat om het in vrijheid denken en handelen. Tijdens mijn strijd voor het speelse heb ik vaak ervaren dat velen moeite hebben met het erkennen van een zelfstandig en zelfverantwoordelijk scheppend wezen. Toch gaat het daarom, opdat ieder de waan van de dag kan ontmantelen.

In het spel ‘speelt’ iets mee, wat buiten de onmiddellijke zucht tot levensbehoud     uitgaat, er een zin in legt. Elk spel beduidt                iets. Noemen wij dit actief beginsel dat aan spel zijn wezen geeft, geest, dan zeggen wij teveel, noemen wij het instinct, dan zeggen   we niets. Hoe men het ook beschouwt, in ieder geval treedt met deze ‘bedoeling’ van het spel een immaterieel element  in het wezen zelf van het spel aan den dag. (Homo        Ludens:1938 p 2)

Parole parlante

Merleau Ponty stelt dat het rechtstreeks spreken ofwel hardop denken voortkomt uit het woordloze (duister) lichamelijke. Je kunt niet woordloos ofwel lichaam loos denken, je stottert bij wijze van spreken het zoekend inzicht. Merleau Ponty toont de onverbrekelijke samenhang aan van spreken en denken. In improviserend spreken ofwel hardop denken is de ongedeeldheid te herkennen. Al schrijvend of docerend verkondig je inzichten, die tijdens het schrijven of spreken ontstaan. De gedachte zoekt naar het woord als naar haar eigen voltooiing. Zolang onze verbale uitdrukking nog vaag is, is ook onze gedachtegang nog onvolkomen. Het spontaan spreken bewijst dit.

Het schemerduister
Tijdens experimenten vertrouwen inventieve spelers op het schemerduister van het lichaam en op medespelers als goede verstaanders. Vanuit ervaringen met ingevingen, intuïtie en impulsieve handelingen, erkennen zij hier en nu de rijkdom van het onbewuste. Dit gaat vooraf aan het bewuste. Ook benutten spelers informatie die ze lezen uit gezichten, houdingen, onderlinge verhoudingen en stemnuanceringen van hun compagnons. Zonder erbij stil te staan, reageren ze erop. Je hakkelen of gecompliceerd of vaag spreken is een geboortesignaal van inzicht dat aan het ontstaan is. Al sprekend vind je verhelderende woorden en verwerf je overtuigingskracht.

Spel biedt ruim baan aan action parlante

De mens die speelt, ontwikkelt een vrije, associatieve, creatieve geest. Een spelend kunstenaar ontwikkelt daarnaast artistieke en ambachtelijke mogelijkheden en gaat voorbij rationele logische mogelijkheden. De totale mens doorvoelt wat z/hij weet en draagt daardoor bij aan een menswaardige wereld. Spel is fysiek, het improviseren en experimenteren staan daarbij hoog in het vaandel, waardoor de ongedeelde mens (lichaam en geest) een vanzelfsprekendheid is.  Ik ging op zoek naar argumenten om anderen te overtuigen van de waarde van een ludische benadering ofwel van action parlante. Meer begrippen van MP verduidelijken het in elkaar verstrengelde verband van lichaam en geest. Bijvoorbeeld: J’ en suis (ik ben er van binnenuit bij).  Een prachtig compliment illustreert de kracht van het action parlante J’ en suis binnen spel: ‘Ik kan zelf denken, zomaar uit het niets wist ik het, speelde ik het!’  V.O. jongere Johannesburg 1995

Parole parlée
Merleau Ponty benoemt met parole parlante het herhalen van bekende, reeds gesproken woorden (parole parlée) die op dat moment een ontdekkende betekenis voor iemand krijgen.

 ‘Hé daar ben jij er ook zo eentje, zo’n dom lelijk klein eendje,
welnee kom aan, je wordt een mooie zwaan’.

Een kleuter, kwam een half jaar nadat ik er een voorstelling had gespeeld en opnieuw de school binnenstapte, naar me toe rennen. Ze dwong me met haar ogen net zoals zij, op mijn hurken te gaan zitten, met de armen langszij naar achteren (die zouden even later de vleugels van de zwaan zijn). Ze begon het liedje uit de voorstelling te zingen. Ik zong en speelde met haar mee in de hal van de school en herhaalde de bijbehorende bewegingen. Ze straalde helemaal en gaf me een knuffel. Het parlante was via het parlée wederom parlante geworden (De Meierij van Den Bosch, 1983).

Vygotsky toonde een eeuw geleden al aan dat een kind in spel meer weet en kan, hij noemde dit de zone van naaste ontwikkeling. Kinderen zijn leergierig en genieten van iets kunnen of weten, vandaar dat hij adviseerde bij kinderen steeds de zone van naaste ontwikkeling op te zoeken. Csikszentmihaly ontdekte door zelf met uitdagingen en vaardigheden te spelen (tijdens bergbeklimmen) dat hij intenser genoot en het dagdagelijkse even achter zich kon laten. Hij benoemde deze staat van zijn: Flow. Flow biedt vrijheid, verruimt grenzen en brengt je in de holistische werkelijkheid, voorbij alle opsplitsingen van het denken. Plato, Descartes en velen na hen stellen de geest boven het lichaam en manipuleren de mens in het door hen gewenste gareel. Maurice Merleau Ponty, verheldert de waarde van de ongedeelde mens.

Spel overwint de dualiteit lichaam en geest en daaruit ontwikkelt zich alles wat wij cultuur noemen. Vandaar dat we nader stilstaan bij het schemerduister, zoals Merleau Ponty het benoemde, daar vind je LuPes I bronnen.  Kinderen en zij die in latere jaren hun kind zijn in ere houden en levensruimte geven, ervaren deze rijkdom van woordeloos weten, van al doende laten ontstaan, van beelden die oplichten, van spontaan iets durven te doen. Ze vervolledigen hun bestaan en nemen niet meer met minder genoegen. Een volwaardig mens bekommert zich niet om het absolute weten, wantrouwt dit en weet beter.

Voorbij onze ideeën van wat goed of verkeerd is,
is een andere plek.
Ik zal je daar ontmoeten. 

Rumi Jalal al Din

Ubbergen, update winter 2020