Wat vorm je in wie

Wat vorm je in wie2024-06-10T18:23:19+00:00

 

In ons doen en laten  tonen we of wij genoeg van de wereld houden
om er verantwoordelijkheid  voor  te nemen en haar te redden *.
In ons daadwerkelijk voorleven voeden we op           
Ervaren kinderen dat
– we hen lief hebben?
– het om hen gaat en niet om ons?
– we hen niet
uit onze  wereld  verbannen,
Noch deze aan hen op leggen?

Ervaren kinderen zichzelf  te mogen zijn ?

Bieden we hen tijd – ruimte en vrijheid
om iets  nieuws 

iets dat niet door ons te voorzien valt
te ondernemen?
Onze leefwijze  en wijze van opvoeden maakt duidelijk
of we
 jongeren inspireren
             tot  het leven
             tot het in liefde leven op aarde.        

Willen en Voelen

Gebeurt hierin voldoende? Staat de ontwikkeling in deze stil of is er zelfs sprake van teruggang? Mag het ietsje meer zijn door het willen en voelen gelijkwaardig aandacht te geven naast het denken en leren weten in het vakkenpakket? Kunnen we jongeren nuances van willen en voelen laten onderzoeken? Kunnen we beide echt ruimte bieden zowel thuis als in het schoolrooster? Dan kan het streven naar volwaardige mensen eindelijk de plek innemen die het toekomt. We bereiden daarmee jongeren op hun toekomst.

De docent als sfeer scheppend pedagoog

Van sferen gaat een enorme werking uit. Dat weet iedere leerkracht. Niet ieder kan van nature inspirerende sferen creëren. Daarom is inzicht in de werking ervan belangrijk. Evenals het oefenen om deze vaardigheid te veroveren. Het gaat immers om het realiseren van een prikkelend atmosfeer. Wat ik deed op momenten dat ik geen aansluiting had. Ik zette een stap opzij alsof ik naast mezelf ging staan. Vervolgens sprak het commentaar uit dat ik vermoedde dat mijn groep had. Geloof je haar, dat gaan we toch niet doen zo, rare opdracht!  Dit ontlokte de groep reacties zodat ik daarmee de opdracht kon bijstellenEen ander moment speelde ik de strenge agent. Vervolgens stapte ik uit de rol en vroeg  de agent nodig was nu. Praktijkvoorbeeldjes van de gum. De driedimensionale gum laat een sfeer ten goede keren.

Niet het verstand, het voorstellingsvermogen schiet te kort.

Mijn studie  aan de theaterschool in Amsterdam sloot ik in 1981 af met een doordenken van  consequenties hiervan voor het onderwijs. We realiseren technisch veel zonder ons werkelijk voor te stellen wat we ermee realiserenGünther Anders (1902 -1992) onderzocht welke oorzaak ten grondslag lag aan het waardevrij realiseren van technisch kunnen. Hij kwam tot bovenstaande conclusie (art 1980). Het is gevaarlijk ons niet voor te stellen wat we realiseren. We zijn dan slechts betrokken bij  ik wil genieten – ik zal het waarmaken. We realiseren ons niet wat we ermee waar maken. Reflectie dient bijstellingen teweeg te brengen. Gebrek aan voorstellingsvermogen is een vorm van gewetenloosheid.

Onze werkelijke problemen kunnen niet worden opgelost
op hetzelfde niveau van denken
 als waarop we ze hebben gecreëerd.                                                                                                                                                            Albert Einstein

Verbeelding – Verbeelden

Met verbeelding bedoelen we het open staan voor beelden en geluiden. Voor zinnen die spontaan opkomen. Beeld- of geluidflitsen zijn welkom. Dromen zijn ons bekend als niet bedachte beelden.  Ze vallen je toe, komen in je op. Je had er geen weet van. Naarmate je meer openstaat, neem je meer waar. Je word je bewust van je innerlijk zien, horen, voelen.
Verbeelden is beelden creëren. Dit kan naar aanleiding van een gebeurtenis, boek, muziekstuk, film, dans of theaterstuk. Je kunt die toegangspoorten tot alles om je heen ruimer openzetten. Dit kan door ludische mogelijkheden: als je tekent – zie je meer;  door te zingen – hoor je meer; als je danst – ervaar je meer; door te spelen – besef je meer wat iemand tussen de regels door zegt.

Fantasie -Associëren

Fantasie betekent oorspronkelijk in het Grieks ‘zich voorstellingen maken’. Je stelt je dan variaties voor van bekende voorwerpen en stelt onderdelen ervan anders samen. Zo vermeng je  werkelijkheid met onwerkelijkheid. Dit doe je in dagdromen, in tekeningen en op het speelveld. Je dicht een voorwerp  kenmerken /kwaliteiten toe. Die bijvoorbeeld een gum veranderen in: een pak zout of een ijsblokje . Door variaties in grootte en gewicht of temperatuur kom je op ideeën. Vervolgens varieer je in het gebruik: je kunt het eten of ermee eten. Tenslotte plaats je het in vreemde situaties als een salon, toilet, operatiekamer. Hiermee stimuleer je het fantaseren.
Associëren kenmerkt zich door het losse verband tussen het ene en het andere (gezien, gehoorde). Er hoeft geen verhaal uit voort te komen, zoals dat bij fantaseren wel gebeurt. Een hele reeks associaties maken de weg vrij los te komen van redeneren en discussiëren. Daarnaast kunnen ze nieuwe plannen aanreiken.

Voorstellingsvermogen

Voorstellingsvermogen houdt het bij de werkelijkheid. Door je iets voor te stellen zie, hoor, voel je wat je verteld wordt of wat je leest. Je kunt dit vermogen trainen door jezelf voor ogen te schilderen wat informatie je abstract vertelt. Zodat je weet én beleeft wat je weet, leest of hoort. Dit je voorstellen is minder dan de werkelijkheid, het is immers jouw voorstelling, wel weet je nu iets meer dan dat je abstract wist.

N.B. Cultuur in de spiegel  (Barend van Heusden 2010) gebruikt verbeelden in lijn met beeldende kunst als vormgeven en sluit daarmee niet aan bij de podiumkunsten: dans, spel/drama/theater en muziek.

De moed om creatief te zijn

Moed om

  • niet te weten en toch op weg te gaan met Winny the Poeh;
  • creatief te zijn en te verblijven in het niet weten totdat het inzicht je toe valt;
  • een bestaan durven leven van vallen en opstaan,  proberen en uitgummen, zoals Michel de Montaigne.

Omdat ik de toevalligheden niet kan sturen, stuur ik mezelf
en richt ik me ernaar als zij zich niet naar mij richten.
Michel de Montaigne

 

Ubbergen, update lente 2024

Go to Top